Home > meer informatie
Cranio
Meer informatie
(auteur onbekend)
Cranio Sacraal therapie is ontdekt in de jaren zeventig door de amerikaanse neuroloog John E. Upledger. Door uitgebreid wetenschappelijk onderzoek toonde hij aan dat hersenvlies en schedelbeenderen mee bewegen op het ritme van het hersenvocht (liquor). Dit vocht stroomt door naar het ruggemerg. Het ritme ervan wordt vanuit de schedel (cranium) via het ruggemergvlies doorgeleidt naar het heiligbeen.(sacrum). Dit werd bewezen nadat met zekerheid was aangetoond, dat de schedelbeenderen beweeglijk zijn t.o.v. elkaar. Onder de microscoop werd zichtbaar, dat de naden tussen schedelbeenderen waren bekleed met bindweefsel, kleine bloedvaten, lymfevaten en dunne zenuwvezels. Upledger bewees tevens dat sommige botten zelfs zo gebouwd zijn dat ze wel mee moeten bewegen. Uit beïnvloeding van het ritme ontstond een onderzoek- en behandelmethode, waarmee allerlei klachten, variërend van pijnklachten tot coördinatieproblemen, leer- en gedragsproblemen en emotionele en posttraumatische problemen gunstig beïnvloed kunnen worden.
Vervolgens onderzocht Upledger de oorzaak van de beweging. Hij ontdekte dat deze hersen- en ruggemergvloeistof wordt aangemaakt en gereguleerd door aparte cellen in de hersenen en dat dit vocht langzaam weglekt uit die ruimten via uittredende zenuwen. Hierdoor wordt er regelmatig nieuwe liquor aangemaakt, waardoor de druk in de schedel stijgt. Door deze drukschommelingen in de schedel kan het cranio sacrale ritme (CSR) gevoeld worden; niet alleen in de schedel en langs de wervelkolom, maar in het gehele lichaam. Via het perifere zenuwstelsel plant de beweging van het ritme zich namelijk door het gehele lichaam voort. Een cranio-sacrale ritme-puls komt ongeveer 6 tot 12 keer per minuut voor, vanuit de produktie van het liquor en de daarmee gepaard gaande drukverschillen op hersenvliezen en schedelbeenderen.
Omdat het cranio-sacraal systeem de hersenen en het ruggemerg omhult, heeft het ook een directe invloed op het functioneren van het gehele zenuwstelsel. Ons zenuwstelsel coördineert al onze bewegingen, maar speelt ook een essentiële rol in alle lichaamsfuncties, zoals ademhaling, spijsvertering, kortom al onze onbewuste lichaamsfuncties. Via de hypofyse (die zich in onze hersenen bevindt) wordt ook de werking van alle hormoonproducerende klieren beïnvloedt.
Het logisch vervolg hieruit is, dat wanneer het cranio-sacraal systeem verstoord of geblokkeerd raakt, dit onmiddellijk zijn weerslag heeft op een of meerdere lichaamsfuncties. Storingen kunnen optreden na een lichamelijk trauma zoals een ongeluk of valpartij, infectieziekten, operaties, vergiftigingen of na grote psychische spanningen of depressie door spanningstoename in de hersenvliezen.
Na jaren van onderzoek weten we nu dat ieder mens een cranio-sacraal systeem heeft, dat beweegt zolang wij leven. Het ritme is waarneembaar via de handen van de therapeut, en kan ook beïnvloed worden. De therapie is erop gericht om blokkades of verstoringen in het cranio-sacrale systeem op te heffen, zodat hersenvliezen en schedelbeenderen hun natuurlijke bewegingsvrijheid terugkrijgen, waardoor het normale ritme hersteld wordt. De maximale druk die door de therapeut wordt uitgeoefend, bedraagt ongeveer 10 gram. De therapeut werkt altijd met het ritme méé, zodat vanuit die lichte stimulans ruimte komt waar dat nodig is. Gezien het geringe gewicht kun je dan ook niet spreken van manipulatie zoals dat bij manuele therapie bijvoorbeeld het geval is. Bij cranio-sacrale therapie geeft het lichaam zelf aan waar gewerkt dient te worden, en welk gebied “rijp” is om mee te werken. Deze therapie werkt met het zelfgenezend vermogen van het lichaam: vanuit de wijsheid van het lichaam. Dat is een veilig idee.
Uit bovenstaand verhaal blijkt dat vrijwel alle klachten die voortkomen uit haperende lichaamsfuncties, in aanmerking komen voor behandeling met cranio-sacraal therapie. Ik noem er enkele waarbij goede en opmerkelijke resultaten zijn geconstateerd:
Huilbaby’s, concentratiestoornissen, leer- en gedragstoornissen, motorische problemen, hormonale storingen zoals (pre)menstruatieklachten en overgangssymptomen, slaapproblemen. Maar ook spierspanningen, nek/rugklachten, whiplashproblematiek. Daarnaast is deze methodiek zeer geschikt voor het loslaten van vastgehouden spanningen in het lichaam, ontstaan tijdens zeer emotionele of fysiek traumatische ervaringen.
Cranio in de praktijk
Tijdens de behandeling ligt de cliënt op een zachte, stevige matras op een behandeltafel. De behandeling kan door de kleding heen gedaan worden; losse, niet knellende kleding is daarbij wel van belang.
Een behandelsessie duurt meestal een uur, waarbij ingecalculeerd is dat de cliënt even rustig blijft liggen om bij te komen. Het is verstandig om na de behandeling veel water te drinken, zodat afvalstoffen die vrijkomen in het lichaam, gemakkelijk afgevoerd kunnen worden. De behandeling maakt de cliënt beter bewust van het eigen lichaam, en de gevoelens die daar bij horen; fysiek en emotioneel. De behandeling heeft een sterk ontspannend effect. Het is dan ook goed om na een behandeling geen (mentaal) inspannende activiteiten in te plannen, zodat het effect optimaal kan doorwerken.
Effecten van de behandeling kunnen gedurende 2-3 dagen sterk voelbaar zijn; hierbij kunnen soms ook oude blessures of kwaaltjes opnieuw optreden. Het lichaam maakt dan gebruik van de gelegenheid om oude “rommel” op te ruimen, op het moment dat het er fysiek toe in staat is.
Niet altijd is de oorzaak van de verstoring van het cranio-sacrale systeem helemaal duidelijk. Enkele zekerheden zijn er inmiddels wel. Bij jonge kinderen kan een relatie bestaan tussen een verstoring van het ritme en de doorgemaakte zwangerschap en bevalling. Tijdens een natuurlijke geboorte wordt de schedel samengedrukt in het geboortekanaal en de schedelbeenderen vervormen. Normaal gesproken is de schedel van het kind hier flexibel genoeg voor. De schedelbeenderen schuiven over elkaar heen en worden na de geboorte door de fontanellen weer recht getrokken. Soms wordt dit herstel belemmerd, bijv. wanneer de uitdrijving erg lang heeft geduurd, of na een kunstmatige bevalling met tangverlossing, of vacuümpomp.
Hierbij kan meer vervorming dan normaal optreden en/of er treedt onvoldoende herstel op. Dit heeft tot gevolg dat de normale (fysiologische) bewegingen van de schedelbeenderen niet meer optimaal zijn. John Upledger deed een onderzoek onder 203 lagere schoolkinderen waarover hij in 1978 publiceerde. Daarin legde hij een relatie tussen stoornissen tijdens en na de bevalling en leer- en concentratiestoornissen die bij deze kinderen aanwezig waren. Inmiddels weten we dat er zeer waarschijnlijk ook een relatie is met andere leer- of gedragsstoornissen. Zo zou er een relatie bestaan met huilbaby’s, hyperactiviteit, ontwikkelingsstoornissen, motorische problemen, licht autistische stoornissen, spraakstoornissen enz.
Het is moeilijk om een sluitend bewijs te leveren voor mogelijk onderlinge relaties tussen genoemde stoornissen en de later voorkomende klachten. Dit omdat het aantal kinderen dat behandeld wordt nog te klein is. Uit ervaringen in de praktijk is wel gebleken dat behandeling met c.s.therapie in een groot aantal gevallen tot gevolg heeft dat klachten verminderen of verdwijnen. Een nadeel kan zijn, dat het in enkele gevallen even kan duren voor het resultaat merkbaar wordt, terwijl sommige mensen snel resultaat willen zien. Bij oudere kinderen kunnen ook andere “trauma’s” een rol spelen: zij vallen en botsen vaker dan ouders denken of kunnen waarnemen. Veel van deze ervaringen herinneren ze zich ook niet meer goed.
Helaas worden klachten nog te vaak niet serieus genomen of niet herkend, waardoor er onnodig lang mee rond gelopen wordt. Kinderen klagen meestal niet zonder reden; zij kunnen het alleen niet zo makkelijk onder woorden brengen, omdat ze nog geen goed beeld hebben van hun eigen lichaam en de functies ervan. Vaak benoemen jonge kinderen alles als “buikpijn”.
Schema van indicaties voor volwassenen, kinderen en zeer jonge kinderen waarmee veel ervaring is opgedaan. De lijst van behandelingsmogelijkheden is langer.
| Volwassenen | Kinderen | Zeer jonge kinderen |
|---|---|---|
| Astma/ hyperreactiviteit | Astma/ bronchitis | Allergie |
| Bijtstoornissen/ kaakgewricht | Autistische afwijkingen | Buikpijnen (onbekende oorzaak) |
| Depressies | Buikpijnen (oorzaak onbekend) | Winderigheid |
| Hoofdpijn (na hersenschudding) | Hoofdpijn na hersenschudding | Slaapstoornissen |
| Hoofdpijnen/ migraine | Hoofdpijnen/ migraine | Makkelijk overgeven |
| Psychosomatische stoornissen | Hyperactiviteit (ADHD) | Motorische achterstand |
| Whiplash (nek) | Chronische oorontstekingen | Coördinatiestoornissen |
| Spastische darmen | Scoliose | Huilbaby’s |
| Duizeligheid | Bedplassen | Spasticiteit |
| Oorsuizen | Eetstoornissen | |
| Chronische nek- en rugklachten | Chronische nek- en rugklachten | |
| Chronische vermoeidheidsklachten | Dyslexie | |
| Stressklachten/ Stress hantering | Leerstoornissen | |
| Hyperventilatie | Spasticiteit |
Aanbevolen literatuur:
- Het ritme van de schedel door John. E. Upledger (Ned. Vertaling)
- Cranio-sacraal therapie door E.Peirsman en M. Baken uitg. Ankh Hermes
- A brain is born door John. E. Upledger
- In the heart of listening door Hugh Millner